‘Benader een statushouder net als elke andere klant’

Advies van Gerrit van Romunde voor een effectieve ondersteuning van statushouders: zoek nadrukkelijk naar de persoonlijke drijfveren van de statushouder.

Het is belangrijk dat de medewerker van de gemeente een statushouder net als iedere andere bijstandsgerechtigde benadert, begint Gerrit. “Voer het gesprek op een gelijkwaardig niveau. Dat is essentieel in de begeleiding die je biedt bij re-integratie of een andere vorm van meedoen in de samenleving.”

Gerrit benadrukt dat de principes van de omgekeerde toets onverkort gelden voor de gemeentelijke ondersteuning van asielzoekers die als vluchteling zijn erkend. “Er is een integrale blik nodig, waarbij elk voor de persoon relevant leefgebied aan bod komt. Het gaat om individueel maatwerk. Wat wil iemand zelf? Stel diens wensen en mogelijkheden echt centraal. Hierop sluit ik aan in de training Cultuursensitieve Klantmanager, bedoeld voor alle medewerkers die met deze groep te maken hebben.”

Gemeente weer verantwoordelijk

Gemeenten hebben veel zorgen over de situatie van statushouders, zeker na de grote toestroom van vluchtelingen uit Afrika en Syrië van enkele jaren geleden. Door de gunstige arbeidsmarkt vinden veel groepen in de bijstand beter de weg naar werk, maar statushouders blijven erg achter. De zwakke arbeidsmarktpositie van statushouders is niet nieuw, maar werd wel verergerd door de wijziging van de wettelijke regels in 2013. Toen werden zij zelf verantwoordelijk voor het regelen van hun inburgeringstraject in plaats van de gemeente.

Deze verandering heeft niet goed uitgepakt en wordt dan ook teruggedraaid, vertelt Gerrit. “De verplichte inburgering duurt nu vaak erg lang waardoor het zoeken naar werk er bij mensen inschiet. Terwijl werk of participatie juist het leren van de Nederlandse taal en de Nederlandse normen en waarden stimuleert. De gemeente krijgt daarom de regierol terug.”

Dat gebeurt op 1 januari 2022 wanneer de nieuwe Wet inburgering in werking treedt. De gemeenten worden dan weer verantwoordelijk voor de inkoop van inburgeringstrajecten. Gerrit licht toe: “Zij krijgen de opdracht om inburgering en re-integratie of participatie in samenhang op te pakken en mensen zo integraal mogelijk te begeleiden. Voor elke statushouder moet er een persoonlijk inburgeringsplan worden gemaakt. Een flinke veranderopgave! Stimulansz kan de gemeente ondersteunen bij de voorbereiding op de nieuwe inburgeringswet.”

Samen met de klant

Een goede begeleiding van statushouders vraagt natuurlijk het nodige van gemeentelijke medewerkers, zeker straks in de nieuwe wettelijke situatie. In de praktijk vormen misverstanden in de interculturele communicatie vaak een struikelblok voor een effectieve dienstverlening, zegt Gerrit. “De aanpak begint samen met de klant. Om boven water te krijgen wat iemand zelf wil en wat daarvoor nodig is, moet je heel goed het gesprek kunnen voeren. Let op jouw taalgebruik, interpretatie van non-verbale communicatie en uitleg over wie jij bent en wat je doet.”
Het is essentieel om een statushouder niet als ‘Eritreeër’ of ‘Syriër’ te benaderen, vindt Gerrit. “Plak niet de groepskenmerken op een statushouder, maar zoek naar zijn persoonlijke drijfveren. Daarom ga ik in de training bewust niet in op culturele achtergronden.” Hij wijst nog op een ander aspect. “Jij zegt dat je wilt helpen, terwijl iemand in het herkomstland veel ellende van de overheid heeft ondervonden. Gelooft hij of zij je dan? Je zult moeite moeten doen om vertrouwen te creëren.”

Statushouder: Effectief intercultureel communiceren

Gerrit raadt aan om in het gesprek aan te knopen bij overeenkomsten. “Je zit als beambte anders tegenover iemand dan als ouder. Praten jullie eerst over jullie eigen kinderen, dan zal de communicatie daarna een stuk vlotter verlopen.” In de training Cultuursensitieve Klantmanager staan zulke tips en trucs voor de verbetering van de communicatie voorop, besluit Gerrit. “Je krijgt een aantal tools aangereikt om een goed gesprek te voeren en misverstanden te voorkomen. De meeste tijd wordt besteed aan oefeningen. Zo leer je effectief intercultureel communiceren.”

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Gerrit van Romunde helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?