Van vraag naar effect: 5 tips

Een gesprek van een professional met een cliënt draait om het achterhalen van de vraag achter de vraag. Om vervolgens een gezamenlijk doel te formuleren. Zo behoudt hij of zij het gevoel van zelfbeschikking. En dat vergroot de kans op effect.
keukentafelgesprek, gesprek van een professional met een cliënt, gespreksvaardigheden

Het is aan u als professional om samen met de cliënt uit te zoeken wat zijn of haar probleem precies is en wat het doel is dat hij of zij wil bereiken. Het gaat om het achterhalen van de vraag achter de vraag en die vertalen naar een te behalen effect.

Het effect

Maar waarom is het zo belangrijk om samen met de cliënt te bepalen wat het effect zou moeten zijn? Uit de gedragswetenschap blijkt dat samenwerken met de cliënt de kans op succes vergroot. De cliënt wil graag de regie over zijn of haar eigen leven houden en door de cliënt onderdeel te laten zijn van het zoeken naar een gezamenlijk doel, behoudt hij of zij het gevoel van zelfbeschikking. De cliënt zal daardoor eerder geneigd zijn zich in te zetten om de gestelde doelen te bereiken. De motivatie van de cliënt zal toenemen. Ook levert deze werkwijze een gedeeld inzicht op, zowel bij de cliënt als bij uzelf als professional. U kijkt op dezelfde manier naar de vraag en naar de manier om de oplossing te bereiken. U spreekt als het ware dezelfde taal. Hoe kunt u de vraag van de cliënt vertalen naar een effect? In de training van vraag naar effect leert u vaardigheden die u in uw gesprekken direct kunt toepassen.
Hieronder geef ik u alvast 5  tips om van vraag naar effect te komen.

  1. Verwar de vraag om een voorziening niet met het te behalen effect. Een cliënt ervaart vaak al langer een probleem en hij of zij heeft al lang nagedacht over een mogelijke oplossing. De vraag zal dan gericht zijn op een voorziening. Bijvoorbeeld: “Ik wil een scootmobiel. ” Een valkuil voor u is om direct door te vragen op dit verzoek om een voorziening . U komt dan meteen in de wereld van regels en procedures terecht en u mist de vraag achter de vraag. Die luidt: “Help me met het zoeken van een oplossing voor mijn vervoersprobleem. Ik kan mijn familie en vrienden niet meer bezoeken. “. Het gaat hier dus om: zelfstandig familie kunnen bezoeken en deelnemen aan het sociale leven.
  2. Onderdruk uw ‘reparatiereflex’: de meeste professionals hebben van nature de neiging om de problemen van anderen te willen oplossen. Door direct naar een oplossing te gaan in het gesprek, mist u de kern: wat wil de cliënt bereiken? Ook mist u misschien wel de vragen die spelen op andere leefgebieden.
  3. Wees oprecht geïnteresseerd in degene die u voor u heeft. Op die manier bouwt u aan een relatie met uw cliënt. Het is essentieel om het vertrouwen van de cliënt te winnen en om zo de diepte in te kunnen en mogen gaan met de cliënt.
  4. Stel open vragen. Dit lijkt logisch, maar in de praktijk worden er toch vaak gesloten of zelfs suggestieve vragen gesteld. Hierdoor krijgt u geen inzicht in wat de werkelijke behoefte van de cliënt kan zijn.
  5. Stel wonder-vragen. Dit zijn vragen waarbij u de cliënt vraagt zich in te leven in denkbeeldige situaties. Een voorbeeld kan zijn: “Stelt u zich voor, ik kom over een jaar weer bij u langs. Wat zie ik dan?” De cliënt wordt op die manier geprikkeld om na te denken over de gewenste situatie en formuleert zo een effect dat hij of zij voor zichzelf wil bereiken.

Wilt u ook leren welke gespreksvormen u kunt gebruiken om te achterhalen wat de vraag achter de vraag is bij uw cliënten? Schrijf u dan hier in voor de vaardigheidstraining ‘van vraag naar effect’ op 11 maart 2019 bij Stimulansz.

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Anitra Vink helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in Balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in Balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?