Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Verordening als middel om doelen te bereiken

Verordeningen hebben een stoffig imago. Er zijn maar weinig mensen die voor hun plezier een verordening lezen. Meestal gebeurt het dan ook niet. En dat kan ik me heel goed voorstellen. De meeste verordeningen zijn volstrekt onleesbaar en zitten vol verwijzingen waardoor je terug moet bladeren of wetten en andere verordeningen moet opzoeken om de zinnen te kunnen lezen en begrijpen. Wat bereik je met dat type verordening? Een juridisch fundament onder je besluiten. Ze zijn nuttig en nodig als mensen het niet eens zijn met het besluit. Inwoners zelf zullen niet in de verordening kijken, dat doen hun advocaten.
Verordening als middel om doelen te bereiken

Het kan ook anders!

Een aantal jaren geleden hebben we de eerste omgekeerde verordening gemaakt. Wat maakt deze verordening anders? In de eerste plaats start deze verordening met kernwaarden die leidend zijn bij alle besluiten die onder de reikwijdte van de verordening vallen. Heel fijn, want als maatwerk nodig is dan geven deze kernwaarden een handvat wanneer en hoe afgeweken kan worden van de standaard. Is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat kinderen centraal staan, dan kan dat meegenomen worden bij een besluit om een huurachterstand te betalen en zo uitzetting te voorkomen. In de tweede plaats is het taalgebruik van een omgekeerde verordening anders. Waar de meeste juridische documenten onleesbaar zijn, is de omgekeerde verordening juist prettig leesbaar en zijn ‘gewone’ woorden gebruikt. De juridische begrippen vind je wel terug in het onderdeel begripsbepalingen, waarin de gewone woorden vertaald zijn naar de correcte juridische termen. Zo is bijvoorbeeld het woord ‘gemeente’ in de begripsbepaling vertaald naar ‘het college’. Hierdoor is de verordening zelf veel prettiger leesbaar voor veel mensen!

Beleid verweven in de verordening

Dat is niet alles. Een van de uitgangspunten van de omgekeerde verordening is dat het heel nauw aansluit bij het beleid. Dat klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk is dat niet altijd het geval. Vaak is het verband tussen beleid en verordening wel duidelijk in de hoofden van de schrijvers van de verordening, maar is het voor de lezer niet terug te vinden. Neem veel re-integratieverordeningen. Die bestaan vaak uit een opsomming van instrumenten die ingezet kunnen worden. De vraag die daarvoor beantwoord moet worden is wat de gemeente belangrijk vindt bij het aan het werk helpen van mensen. Gaat het om de kortste weg naar werk of duurzame uitstroom? Stimuleert de gemeente ondernemerschap of parttime dienstverbanden? En juist die uitgangspunten staan helder in de omgekeerde verordening.

Dus de omgekeerde verordening is leuk om te lezen?

Euh… Nou eerlijk gezegd nog steeds niet. Het is nog steeds geen spannend verhaal met een onverwachte plottwist op het einde. Maar het is wel prettig leesbaar. Het is veel duidelijker wat er wordt verwacht en met welk doel. En dat laatste maakt het ook veel makkelijker voor een medewerker om zelf een besluit te nemen wanneer maatwerk nodig is. Namelijk als bij het strikt toepassen van de regels het doel niet wordt bereikt! Houvast en ruimte in één document, met als doel om het gewenste effect te halen. Niet stoffig, ook niet sexy. Wel heel handig.  

Pagina delen op socials

Meer weten over dit onderwerp?

Mr. Evelien Meester helpt je graag verder.

Nieuwsbrief Sociaal Domein

Binnen 5 minuten op de hoogte van de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein? Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief. Met onder andere blogs van experts, interessante whitepapers en toelichting op wet- en regelgeving.

Anderen bekeken ook

Participatiewet in balans? Dan moeten we écht omgekeerd gaan werken

De Arbeidsinspectie benoemde onlangs een kwetsbaar punt in de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten krijgen meer ruimte om maatwerk te leveren aan inwoners die een beroep doen op de bijstand. Een goede ontwikkeling, want menselijke maat, vertrouwen en eenvoud zijn de kern van de Participatiewet in balans. Maar diezelfde ruimte leidt volgens de inspectie ook tot een risico: ongelijke behandeling. De ene consulent benut de ruimte volop, de andere werkt liever volgens standaardregels. Het gevolg? Er zitten verschillen tussen gemeenten en tussen consulenten binnen één gemeente.

Gedragsverandering op de werkvloer

In aanloop naar de Participatiewet in Balans is één van de meest gestelde vragen: hoe krijgen we de uitgangspunten vertrouwen, eenvoud en menselijke maat nu van papier naar werkelijkheid? Uitdenken wat je wilt is niet zo moeilijk. Het realiseren is veel lastiger. Aan die vraag zitten heel veel aspecten en er zijn veel verschillende interventies denkbaar om medewerkers te helpen om de uitgangspunten in de dienstverlening terug te laten komen. Eén van de instrumenten is het gedragsveranderingswiel of behaviour change wheel (BCW). Wat is dat en wat kun je daar mee in de praktijk?

Gaat de Wmo ook op vakantie?

De Wmo 2015 heeft als doel inwoners te ondersteunen bij hun zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Onder participatie wordt verstaan: deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, inclusief sociale activiteiten, recreatie en vrijetijdsbesteding – en daarvoor moet iemand zich ook kunnen verplaatsen. Dit volgt niet alleen uit de Wmo zelf [1], maar ook uit de Memorie van toelichting op de Wmo en het VN-verdrag handicap [2]. Tegelijkertijd bepaalt de Wmo dat ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving moet plaatsvinden. Volgt hier nu uit dat de gemeente Wmo-voorzieningen moet bieden om vakanties mogelijk te maken, of hoeft dat niet?